Over oude en nieuwe bedrijfspanden...
Soms blijft er een kleine passage van een tekst hangen. Ik weet dan niet direct wat ik ermee moet… het gaat knagen. Zo ook deze opmerkingen van PvdA-fractievoorzitter Henk van Kessel in zijn verhaal over
´t Hemeltjen: “Op een deel van de daarvoor benodigde grond staat nu een tankstation. Maar dat moet daar toch een keer weg (ben je meteen af van die hyperventilerende snelwegarchitectuur die benzinestations schijnen te moeten hebben, ongeacht de plaats waar ze staan.) Als je dus als bestuurders een beetje vooruit had gekeken, dan was je niet begonnen aan een bouwmarkt op die oude spoorlijn, dan was je daarvóór al begonnen ergens anders een goede plaats te zoeken voor dat tankstation.”
Het tankstation van Dalhuisen is één van de voorbeelden in ons dorp van de spanning tussen bedrijvigheid en groei van de gemeenschap. De locatie van het tankstation is historisch zo gegroeid. Het bedrijf was vroeger een olie en kolen handel. Zo´n handel wilde men niet in het dorp hebben, dus vestigde het bedrijf zich langs de spoorlijn. Ook voor de ondernemer een ideale locatie. Maar tijden veranderen. Niet alleen het spoor, maar ook de olie en vooral de kolen verdwenen. Benzine, diesel, chocoladerepen en andere versnaperingen kwamen er voor terug. Er ontstaat zelfs het moment dat de gemeente op de grond aan de ´overkant´ van het spoor een woonwijk wil bouwen. En dan vormt die mooie bedrijfslocatie ineens een last.
Persoonlijk vind ik dat je dan niet de ondernemer daarop moet aankijken. Hij onderneemt en er is in het verleden toestemming gegeven om dat op die betreffende locatie te doen. Maar dat is niet direct de reden waarom dit voorbeeld wringt bij mij. Dat betreft vooral deze specifieke omstandigheid. Als ik langs de Welkoop naar Dalhuisen rijd, word ik telkens weer enorm blij van de wijze waarop die firma het oude bedrijfspand op de hoek Paasvuurweg-Slathstraat heeft gerenoveerd. Dat is voor mij hét voorbeeld dat ondernemers ook met gevoel voor historie met hun bedrijfspanden kunnen omgaan. Er staat inderdaad een modern tankstation aan de andere kant van de straat, maar het is in mijn optiek te gemakkelijk om uitsluitend te spreken over die ‘hyperventilerende snelwegarchitectuur’. Zo´n uitspraak doet geen recht aan de inspanningen van deze ondernemer om zijn oude panden schitterend in te passen in de omgeving.
In de afgelopen jaren zijn alle oude tankstations of verdwenen of rigoureus gemoderniseerd. Dat had alles te maken met – terechte – eisen van de overheid op het terrein van veiligheid en milieubescherming. Ik ben het met Van Kessel eens dat tankstations niet het voorbeeld zijn van mooie architectuur, maar teken daarbij aan dat het volgens mij meer te maken heeft met de tijdsgeest in de architectuur dan met het fenomeen tankstation.
Op dit moment worden bijna gebouwen neergezet voor een beperkte periode. Ik heb ooit eens
gelezen dat de nieuwe huizen in Vinexlocaties zo´n twintig jaar meegaan. De beperkte levensduur geldt ook voor onder andere verzorgingshuizen (zie de nieuwbouwplannen van de Boskamp), scholen en bedrijfspanden. Bouwde men vroeger voor de ´eeuwigheid´, nu mag een bedrijfspand 'blij zijn' als het een Abraham voor zichzelf in de voortuin zou kunnen krijgen. Ik erger mij rot aan de gebouwen met kunststof of lichtmetalen gevel en dakplaten. Het ziet er “oh zo mooi” uit bij oplevering, maar ze worden al snel heel lelijk (zie de foeilelijke dakrand van de RSG). Tankstations hebben dus geen monopolie op lelijkheid. Sterker nog… als je naar Arnhem rijdt en je neemt de afslag Arnhem centrum dan kom je net voordat je Arnhem inrijdt langs een voormalig tankstation. Dat is nu in gebruik als makelaarskantoor. Een waar pronkstukje van industrieel erfgoed uit een grijs verleden.
De les uit de ontwikkeling van Dalhuisen en ook Gosschalk (een bedrijf met beduidend minder gevoel en passie voor de omgeving) is dat je als gemeenschap heel goed moet nadenken over de locaties van bedrijfspanden; zeker in een tijd waar het gros ervan steeds lelijker wordt. Als een locatie eenmaal in gebruik wordt genomen, kun je er vanuit gaan dat die locatie altijd in gebruik gehouden zal blijvn. Tenzij je als gemeenschap een enorme zak geld wil meebrengen. Dat bleek wel toen enkel jaren terug de gemeente met Gosschalk in overleg was over de verplaatsing van dat bedrijf. Probleem met politici is dat ze een ongelofelijk korte termijn visie hebben. Dames en heren politici… het komt daarna echt niet vanzelf goed en aan echte lelijkheid raak je nooit gewend. Het spreekwoord luidt dan ook niet voor niets: bezint eer ge begint.