"Die goeie ouwe tijd": historisch drukwerk dl. 34

Liberale Unie: 1907
20100413-politiek34.jpg


Toen een verkiezingsprogramma nog een Propaganda-Boek was. In dit boekje geweldige teksten over hoe "Het verkiezingswerk" aangepakt moet worden.

"Wat moeten wij doen bij de verkiezingen? Wie zóó de vraag stelt, is al heelemaal mis. Wij moeten zeker wel iets doen bij de verkiezingen, maar nog heel wat meer vóór dien tijd. En wie dat voorbereidend werk verzuimd heeft, kan zoo goed als zeker zijn, dat hij als de dag van samentreffen gekomen is, den slag verliest."

Zo moet er uitgezocht worden wie ´de geestverwanten´ zijn. "Het bestuur der kiesvereeniging dan heeft tot eerste taak, zich op de hoogte te stellen wie in de gemeente tot de geestverwanten behooren. Dat gaat in eene kleine gemeente gemakkelijk, waar men elkander allen kent; in eene grootere gemeente is het zaak daarvoor de hulp in te roepen van geestverwanten van allerlei rang en stand. Met hunne voorlichting komt het zaakje voor elkaar, en het bestuur is in staat eene lijst aan te legen van hen die geestverwanten zijn. Het spreekt van zelf, dat men daarvoor met elkander hett adresboek der gemeente heeft na te gaan. Waar dat niet bestaat verschaffe men zich afschrift van het bevolkingsregister, wat tegen betaling ter secretarie verkrijgbaar is."

En verder moets het "bestuur der kiesvereeniging ieder oogenblik in staat sijn op halve geestverwanten en onverschilligen de hand te leggen; de onverschilligen waarvan men bijna zeker kan wezen (wij zeggen het met schaamte) dat ze niet behooren tot ééne der kerkelijke partijen."

Samengevat: "De Kiezerslijst dat is No. 1, het eigenlijke No 1. Als de slag begint moeten alle man in het vuur kunnen worden gebracht, en mag er dus geen enkel op de Kiezerslijst ontbreken. Is de Kiezerslijst niet in orde, dan worden de Kiezers in den strijd weerlooze kanonnenspijs."

"Op den dag der stemming is het bestuur aangevuld met hen, die zich daartoe bereid hebben verklaard, bij elkaar in eene woning, liefst zoo dicht mogelijk bij het stadhuis. Er woont toch altijd wel een geestverwant dicht bij het stadhuis. Men kome liever niet bijeen in een logement of café; men moet geheel vrij wezen. Op tafel ligt eene Kiezerslijst waarop zorgvuldig van te voern de namen en de nummers (iedere kiezer heeft zijn nummer) doorgeschrapt zijn van onze tegenstanders. Op het stadhuis zit één der onzen, als het niet anders kan staat hij maar, hij moet toch telkens afgelost worden, die aanteekening houdt van het nummer van de kiezers die er geweest zijn (De Burgemeester of wie anders voorzitter van het stembureau is, is verplicht van iederen Kiezer, die zijn Kiezersplicht komt vervullen het nummer luide af te roepen). Om het kwartier gaat een der onzen naar het Raadhuis, neemt de opgeschreven nummers in ontvangst, brengt ze bij het bestuur, die de namen van hen die er geweest zijn op de Kiezerlijst schrapt. Dat werk heeft gedrurend zullen wij zeggen van de opening der stembus, d.i. ´s morgens 8 ure tot 12 uur. Dan beginnen wij waarschuwingen te schrijven aan hen die er nog niet geweest zijn. Wij hebben daarvoor gedrukte formulieren als volgt b.v.: 'Het bestuur der Vrijzinnige Kiesvereeniging alhier, noodigt beleefdelijk den Heer .... uit zijne stem zoo spoedig mogelijk te komen uitbrengen.' En onze wakkere jongelui op de fiets brengen die aan het rechte adres. Ondertussen gaat het schrappen en schrijven voort. (...) En zoo krijgen wij allen naar de stembus? Neen, zoo krijgen wij nog lang niet alle man naar de stembus.

Wij moeten nog hebben rijtuigen om de ouden van dagen, de zwakken, de halfzieken en de verafwonenden met drukke zaken er heen te rijden. Rijden kost geld, zegt ge. Ja, nu komen wij in het hart der quaestie. Ook hier is het: 'Steek geld in je tasch' op zijn plaats. De Kiesvereeniging moet hebben eene flinke propagandakas. Ze stelle de contributie zóó laag, dat die zelf voor den geringste geen bezwaar is, maar ze vorme uit vrijwillige bijdragen, waarin ieder naar de mate van zijn krachten geeft, eene strijdkas, waruit alles wat tot de strijdkosten hoort: advertentiën, strooibiljetten, enz. enz., en ook die rijtuigen kunnen worden betaald, als tenminste wat ons vaak voorkwam die rijtuigen niet kosteloos door de geestverwahnten-bezitters beschikbaar worden gesteld.

(...)

Wij zeggen niet, dat wij de wijsheid in pacht hebben, maar zoo hebben wij toch eens zoo goed als alle Kiezers in eene gemeente naar de stembus gebracht."



© Harold Makaske 13 april 20101720 - Hoofdstuk: 5. Losse gedachten