Waar ligt de grens

tussen lol en commercie...

Vandaag een berichtje in het Friesch Dagblad (via Geenstijl.nl) over de controle bij koren en orkesten op gekopieerd bladmuziek.

Koren en orkesten moeten een licentie van 25 euro betalen en daarnaast nog 2 (orkesten) of 1 euro (koren) per lid voor het zogenaamd additioneel kopiëren. Dit betekent niet dat ze geen originele bladmuziek moeten kopen. Nee, die heffing betekent uitsluitend "dat ze gedekt zijn voor een extra kopietje voor een later aangemeld lid of voor een lid dat koffie over zijn origineel had gegooid."

De vraag is: waar leg je in vredesnaam de grens tussen piraterij en plezier. Ok... professionele koren en orkesten dienen hun spullen op orde te hebben en moeten dan ook betalen voor de rechten. Maar om amateurverenigingen die één keer in de week in een zaaltje in een school, een buurthuis of een troosteloze kantine staan te repeteren op deze manier aan te slaan met een heffing vind ik redelijk bizar.

Maar goed... we hebben blijkbaar een heuse bladmuziekpolitie die toeziet op het kopiëren van muziekstukken en het afdragen van rechten aan belanghebbenden. Wat staat er op de site van de bladmuziekpolitie: "De geïncasseerde gelden keert Musicopy uit aan de rechthebbenden, na aftrek van de vastgestelde administratiekosten." In de praktijk betekent dit dat het instituut eerst goed voor zichzelf zorgt en daarna ook nog enkele brokken naar de rechthebbenden doorschuift. De administratiekosten bedragen ´slechts´ 50 procent van de vergoedingen. Bovendien is de club opgericht door de uitgevers van bladmuziek. Het is dus maar helemaal de vraag of de geïncasseerde heffing wel bij de échte maker van de bladmuziek terechtkomt.

Ik heb niet zoveel op met dergelijke organisaties. Zolang dergelijke organisaties nog tientallen miljoenen euro´s verliezen op de beurs kunnen ze mij niet vertellen dat ze er zijn in het belang van de echte rechthebbenden. Voorbeeldje.



© Harold Makaske 14 januari 20072110 - Hoofdstuk: 5. Losse gedachten