Zwaaien of niet zwaaien

dat is de vraag...

We zijn weer terug. Een paar weken zwierven wij door België, Frankrijk, Andorra, Spanje en Luxemburg. Tijdens onze studietijd trokken we een aantal vakanties met de tot camper verbouwde Toyotabus van mijn ouders door Europa. Na veel vakanties in Azië leek het ons leuk om met Bram op stap te gaan.

Dus huren wij een camper en trekken de wijde wereld in. En dan blijk je ineens heel veel vrienden te hebben. Op een gegeven ogenblik valt het ons op dat de bestuurders van andere campers steevast hun hand opsteken als ze ons in het vizier krijgen. Soms steken beiden voorin zo synchroon hun hand op dat de verleiding groot wordt om bordjes met punten op te houden. Voor elegantie, voor synchroniteit en voor enthousiasme.

Ik verbaas me altijd al over motorrijders die elkaar ook groeten bij het tegenkomen, maar er bestaan dus meer van dergelijke geheime genootschappen. In de Pyreneeën werden we zelfs uitbundig gegroet door een vrouw in een Nederlandse personenauto. Er gingen maar liefst twee handen omhoog. Alsof een nummerbord een band schept. Wat een raar fenomeen is dat toch.

We willen helemaal niet bij de Nederlandse of campersekte horen. Het simpele feit dat wij Nederlanders zijn en in een camper rijden, wil toch niet zeggen dat wij aardig en groetbaar zijn? Als die mensen ons zouden kennen, zouden ze waarschijnlijk helemaal niet groeten. Sterker nog… ze zouden wellicht bewust kilometers omrijden om ons vooral niet tegen te komen.

Omdat je onderweg toch niets te doen hebt, is er alle tijd om te filosoferen over de belangrijke indrukken van de reis. Zo ook over het fenomeen zwaaien en vooral niet zwaaien. Na de verschillende hypotheses besproken te hebben, concluderen we dat er twee mogelijke groepen niet zwaaiers bestaan. De eerste groep bestaat volgens ons uit de met ons gelijkgestemden: de individualisten. Zij willen helemaal niet gegroet worden en verbazen zich waarschijnlijk net zo over dit kuddegedrag als wij. Met hen zouden we wel een praatje willen maken, maar ja… zij zitten net als wij met hun rug naar de medecampingbewoners en zulke figuren stoor je natuurlijk niet.

De andere groep bestaat volgens ons uit de vakantiegangers die normaal altijd wel groeten, maar die om wat voor reden dan ook blijkbaar een vreselijke vakantie hebben. Het zijn de stellen die elkaar bijvoorbeeld de camper uitvechten of die de pest in hebben omdat de koelkast het heeft begeven. Die zielenpoten zou je uit medelijden eigenlijk uitbundig moeten groeten, maar dat doen we niet. Je weet per slot van rekening niet of je toch niet met leden van de eerste groep te maken hebt.

Om deze verwarring te voorkomen, zou op een simpele manier duidelijkheid geschapen kunnen worden. De Europese Unie zou moeten verplichten dat er twee lampjes bovenop campers worden aangebracht: een groene en een rode.

De betekenis:
- groen brandt: wij zwaaien en zijn zwaaibaar.
- rode brandt: zwaai alsjeblieft want we zijn psychisch in de war en/of hebben slaande ruzie en/of er zijn andere problemen en kunnen dus alle steun gebruiken (er wordt niet teruggezwaaid, dat is niet op te brengen)
- Als ze beide niet branden: niet zwaaien, wij willen niets met jullie te maken hebben.

Blijft natuurlijk ook nog de mogelijkheid over om beide te laten branden. Wat dat moet gaan betekenen weten we nu nog niet, maar dat wordt zonder twijfel duidelijk in het noodzakelijke evaluatierapport, dat na enige jaren natuurlijk wordt opgesteld door een commissie van Europese politici en ambtenaren die daarvoor in een camper door Europa rondtrekt.

Welke fractie in het Europees Parlement wil dit plan oppakken?

© Harold Makaske 30 mei 20072107 - Hoofdstuk: 4. Reizen