Plaatsvervangende schaamte

optocht door het dorp...

Laat ik voorop stellen, dat ik niks heb met koninginnedag en collectieve feesten. Dat is niet aan mij besteed en het liefst sluit ik mij bij zulke gelegenheden op in een donkere grot. Het is niet iets van de laatste jaren. Ook vroeger al had ik de pest aan verplichte verkleedpartijen en uniforms die ik moest dragen bij het pony- en paardrijden. Maar voor een dorp kan een leuke verkleedoptocht samenbindend werken, dus wie ben ik dan om daar chagrijnig over te gaan doen?

En bovendien… ik word een dagje ouder en dus milder. Daarom nam ik het besluit om na jaren van doelbewust negeren de maandagmiddag voor de deur plaats te nemen om te kijken naar de oranjeoptocht door het dorp. De verwachtingen sloegen al snel om in een stijgende verbazing toen de bloem der Eper natie aan mij voorbij trok. De originele verkleedpartijen en mooi versierde praalwagens kon ik op één hand tellen. Voor de rest leek de optocht meer een alibi om zuipend en lallend door het dorp te rollen dan een serieuze poging om er iets leuks van te maken. Met een vorm van plaatsvervangende schaamte stond ik verbouwereerd langs de weg. Deze weinig verheffende en laag bij de grondse vertoning kun je toch niet serieus een leuke optocht noemen?

Als dit het niveau is van de creativiteit onder de bevolking dan lijkt het mij tijd om het dorp tegen zichzelf te beschermen door de huidige formule van deze traditie zo snel mogelijk bij te zetten in kast der historie en de sleutel van die kast zo diep mogelijk te verstoppen. Zo´n weinig verheffende vertoning is een schande voor het dorp en het is zonde van het geld dat de Wilhelminavereniging deze deelnemers betaalt.

Het zou goed zijn als de organisatie serieus overweegt om de optocht over een andere boeg te gooien. Je zou kunnen denken aan het schrappen van de vergoeding of deze via een set van criteria afhankelijk te maken van de versiering. En op zijn minst zou het gebruik van en de verwijzing naar alcoholische drank in een optocht waar ook kinderen aan meedoen moeten worden verboden.

© Harold Makaske 30 april 2007 - Hoofdstuk: 10. Epe