Treurigheid in het dorp

een stroom doelloosheid...

Vrijdagmiddag 16.00 uur. Een karavaan van bestelbusjes trekt het dorp in. Nijvere marktkooplieden stallen hun Chinese import rommel uit, kijken naar de hemel en hopen dat de buien wegblijven.

Vrijdagmiddag 17.00 uur. De eerste groep schuifelt voorzichtig over de Hoofdstraat. Bij de kraampjes met etenswaren beginnen de zaken te lopen. Een kind dramt om een ijsje. Vader kapt het resoluut af met de sneer dat ze niet moet gaan lopen zeiken. De toon voor het gezellige familie uitje is gezet.

Vrijdagavond 19.00 uur. Een optocht van auto´s wurmt zich naar het dorp. Chagrijnige gezichten zoeken zich een weg richting een parkeerplaats. Op de Hoofdstraat wordt het ondertussen drukker en drukker. Een lange stoet ongeļnteresseerde gezichten in kleurrijke kleding trekt als een donker grijze asgrauwe sliert in noord-zuid richting en vice versa. Het is verbazingwekkend dat een groot deel van de sloffende meute niet eens de moeite neemt om naar de kraampjes uitgestalde plastic troep te kijken. Met een autistische doelloosheid schuifelt men in een lange rij van niets naar nergens om de tijd te doden.

Bij een kraam van de lokale bakker koopt een vrouw in een te strak roze T-shirt en een glimmende polyester legging vijf oliebollen. Ze schrikt op als achter haar een bekende in korte broek en shirt vol glittertjes met Amsterdams accent roept “lekker voor bij de bingo!” Geschrokken kijkt ze om “We zijn op vakantie, dus laten we niet krenterig doen”, lijkt ze te denken en besluit wat extra oliebollen mee te nemen. Zodra de bollen zijn ingepakt, komt er weer een bekende langs en roept ook iets over de onmisbaarheid van oliebollen tijdens diezelfde bingo. Wijzend op de dampende zak meldt ze zichtbaar opgelucht meldt dat ze genoeg heeft ingekocht. Er is blijkbaar een kudde van dezelfde camping losgelaten in het dorp. Ze versjokken de tijd met het vooruitzicht dat straks in de kantine de balletjes gaan rollen. Met zoveel vertier blijft het vast nog lang onrustig op die camping.

Vrijdagavond 20.30 uur. De horde desinteresse sukkelt langzaam het centrum uit richting de auto's. Het is druk op weg naar de campings. De wekelijkse uitstap zit er weer op. Ik heb geen idee wie dit nou echt leuk vindt en toch is het iedere week weer druk. Als dit vertier leuker is dan het leven op de camping dan moet het daar toch echt vreselijk zijn. Het tekent de treurigheid waarin de moderne kuddemensheid is beland. Een raceauto in Rotterdam? 1 miljoen mensen. Een paar vliegtuigen boven de haven? Weer 1 miljoen mensen. Een paar homo's door de grachten? Een half miljoen mensen. De kudde sjouwt van evenement naar evenement om de verveling te bestrijden. De moderne mens weet zich blijkbaar geen raad met zichzelf.

Als ik al die holle ogen en uitdrukkingsloze apathische op elkaar lijkende koppen zie dan vraag mij of of er toch niet ergens een fabriek staat waar mensen worden gekloond. Het klonen van het uiterlijk behoeft nog enige aandacht (hoewel het ook al de goede kant op gaat), maar qua uitstraling en houding is men al een heel eind gevorderd. Ik word heel treurig van deze zich en masse voortslepende zinloosheid en zie het als bewijs voor mijn stelling dat het nooit meer goed komt met deze wereld.

Maar gelukkig is er volgende week weer zo'n fijne traditionele Veluwse braderie met Aziatisch plastic, Afrikaanse kitsch en Amerikaanse hamburgers. Ik denk dat ik er dan maar eens ga fotograferen. Over zinloosheid gesproken.

© Harold Makaske 28 juli 20071495 - Hoofdstuk: 10. Epe