Overzomeren op de Veluwe

Vakantievieren in Epe (dl. 1). De stacaravanners...

Het regent als ik om elf uur ’s ochtends camping De Koekamp net buiten Epe oploop. Twee dagen eerder belde ik rond dezelfde tijd campingbeheerder Henk Bouw uit bed. “Ik kom net uit de nachtdienst”, verontschuldigt hij zich. Bouw heeft een baan naast zijn camping. “Dat is absoluut noodzakelijk. De mensen hebben geen idee wat het kost om zo’n camping te beheren.” De Koekamp is twee jaar geleden in handen gekomen van de familie Wajer. Die vroegen hun schoonzoon de camping te gaan beheren. De verandering was wel even wennen voor de oude campinggasten. Er kwamen nieuwe regels en de prijzen zijn verhoogd. Bouw legt uit: “als je een camping op de vrije markt koopt dan ben je wel gedwongen de prijzen marktconform te maken. Bovendien investeren we ook veel in de camping. De voorzieningen waren voor een deel erg verouderd. Dat geldt ook voor de stacaravans. Door natuurlijk verloop vernieuwen wij de camping. De soms meer dan veertig jaar oude caravans worden gesloopt en vervangen door moderne exemplaren of chalets. Daarnaast is de indeling overzichtelijker geworden. Vroeger stond er van alles door elkaar heen. Nu maken we een duidelijke scheiding tussen verschillende typen staanplaatsen.”

Eerst wandel ik het veld met goedkope jaarplaatsen voor tour- en stacaravans op. Daar zitten de families Noordeloos uit Alkmaar en Kaper uit Oudorp druk rokend bij elkaar op de koffie.



De vrienden komen al tientallen jaren in Epe. Eerst op andere campings, maar sinds een aantal jaren op De Koekamp. Ze hebben de vernieuwing van de camping meegemaakt. “We moesten naar dit veld verhuizen omdat we een tourcaravan hebben en geen stacaravan. Daarom staan we hier. Het scheelt hier wel vierhonderd Euro per jaar.” De families zijn tussen april en oktober bijna permanent in Epe te vinden. Natuur en rust zijn de voornaamste redenen om naar de noord Veluwe te komen. De mensen uit de Randstad klagen dat het leven in het westen van het land gejaagd en stressvol is. Lous Kaper zegt de drukte spuugzat te zijn. Hoewel hij voor zijn rust naar Epe komt, klaagt de vut-er wel dat er weinig te beleven valt op de camping voor kinderen. Lous en zijn vrouw Wil willen niet weg uit Epe. “Onze dochter woont in Epe en de andere dochter staat hier ook op de camping”, zegt Wil Kaper terwijl ze naar de overkant wijst. Oh, in die caravan met de groep kabouters in de tuin, merk ik op. “Nee dat is aan de andere kant. Voor mijn caravan staan maar twee kabouters”, antwoordt ze. Direct daarop bromt Fred Noordeloos, dat hij de kabouters heeft weggedaan: “die deden helemaal niets”. Het roept de vraag op wat de bewoners van de camping toch hebben met kabouters. “Nou eigenlijk niets, iedereen heeft hier kabouters. Maar thuis hebben we ze echt niet hoor”, verontschuldigt Wil Kaper zich snel. Als ik haar later nogmaals spreek in het bijzijn van beheer Bouw zegt ze lachend dat haar kabouters fluiten als er mensen aan de deur staan. Bouw reageert droog met de opmerking, dat alles is toegestaan zolang het gefluit maar niet tot overlast leidt op de naastgelegen percelen. Ja... op de camping gelden heldere regels.


Beelden zijn er genoeg te vinden op de camping. In bijna iedere tuin staan één of meer betonnen of plastic kabouters, ganzen of andere dieren.

Bij een caravan op het 'dure veld' ligt een groep kabouters hulpeloos op het gras. Harry Roelofsen uit Amersfoort begroet mij vriendelijk. “De mensen in Epe zijn zo gemoedelijk en open" zegt hij. "Epe is een geweldig dorp. Er is alles te krijgen en er zijn ook leuke cafés, activiteiten en dergelijke. Toch zijn het verschillende werelden. De vast campingbewoners voelen zich wel half Epenaar, maar hebben geen contact met de lokale bevolking. Verder dan een praatje met het winkelpersoneel komt het meestal niet.

Tijdens het gesprek staat Roelofsen druk te graven en kijkt bedrukt als ik hem vraag of hij vakantie heeft. “Ja en nee. Ik ben hier druk aan het klussen bij de caravan van vrienden van mij.” In ruil voor zijn arbeid mag hij regelmatig bij hen intrekken.


In de laatste anderhalf jaar was hij bijna ieder weekend in Epe te vinden. In de afgelopen weken legde hij een tegelpad aan en nu staat hij te schoffelen en te spitten. Als het klaar staat de tuin weer vol in het licht. Als het klaar is, worden de kabouters weer neergezet en staat de tuin weer vol in het licht. In de kabouters zitten lampjes en rondom de tuin is een lichtsnoer over de grond aangebracht. De buren vinden het prachtig.

Wie denkt dat vakantievieren alleen rust betekent, heeft het mis. De eigenaren van stacaravans hebben het maar druk met hun tuin en ook hun ‘tweede huis’ vraagt veel onderhoud. De familie Dijkslag uit Terherne in Friesland is stevig aan het klussen in en om hun caravan. Terwijl hij de tentstokken van een partytent in elkaar probeert te zetten, vertelt de eigenaar van de oudere caravan: “We zijn hier helemaal nieuw, sinds afgelopen weekend. Voor ons is deze caravan niet alleen voor de vakantie, maar ook om als slaapplaats te dienen als één van ons voor ons werk op pad is. Je moet even in dat kamertje kijken, dan kun je zien wat voor rommel het echt is. Maak daar maar een foto van, dan zie je dat kamperen niet altijd vakantie is”, zegt Dijkslag lachend. Het kamertje is helemaal uitgebroken. Zelfs de isolatie van de caravanwand is verwijderd. Slechts een dunne golfplaat houdt de regen buiten.

De tuin en de caravan van de buurfamilie Verkade zien er onberispelijk uit. De man en vrouw staan al zeven jaar op De Koekamp en komen al tweeëntwintig jaar in de regio Epe. De laatste jaren permanent van april tot eind september. “De buurvrouw verzorgt ons huis in Waddinxveen. Op haar verzoek hebben we de telefoon doorgeschakeld naar mijn mobiel, dat vond ze veiliger. Het kost wel veel geld, want ieder telefoontje moeten we zelf ook betalen”, zegt Verkade die vervolgens klaagt over de telemarketingbedrijven die ongevraagd allerlei ongewenste producten aanbieden.



De bossen rondom Epe zijn dé reden om naar de camping te komen. “Het is heerlijk om eindeloos te fietsen. De fietspaden zijn de laatste decennia sterk verbeterd. Dat is echt heel goed. Alleen moeten de bosbeheerders de bermen veel beter onderhouden. Op veel plaatsen in het bos moet je om de brandnetels fietsen en als je niet oppast, word je geprikt”, zegt mevrouw Verkade bozig vanaf de veranda van haar stacaravan.

Aan de andere kant van de camping woont mevrouw Pronk uit Maassluis. Zij woont samen met haar tachtigjarige moeder voor drie weken in de caravan van haar broer.


Moeder (l) en dochter Pronk voor de televisie

Ze kent Epe al jaren, want in de jaren vijftig kwam ze al in het Haagse koloniehuis voor bleekneusjes “De Pelzerkamp” aan de rand van het dorp. Nu zit ze samen met haar moeder op de bank naar de televisie te kijken. “Let niet op de troep want de kastjes zitten vol.” De dames zijn bijna letterlijk Maassluis ontvlucht. “We wonen daar in een sloopwijk. Om half zeven beginnen ze al te slopen en te heien. Daar wordt je helemaal gek van. Ook wij moeten eind dit jaar ons huis uit. Ze breken vierhonderd sociale woningbouwhuizen af en zetten er tweehonderd voor terug. We kunnen die huizen niet betalen en moeten dus gewoon weg zijn. Waar naartoe? Geen idee”, klinkt het berustend. De eerste dag op de camping was direct een tegenvaller. De rust werd wreed verstoord door de buurman, die de hele dag zijn chalet stond te schuren. “Ik dacht we gaan weer terug, maar op de camping kun je toch veel meer hebben. Dat is wel heel positief”, zegt de moeder. Op de vraag of ze wel eens naar de braderie in het dorp gaan, trekken de dames een vies gezicht. “Daar hebben we niets te zoeken, dat is veel te druk! Maar wij komen eigenlijk nooit ergens. Ook de kantine hebben we nog nooit bezocht. Wij genieten van onze vijver. Ik heb dit jaar al dertien verschillende soorten vogels gezien”, zegt de dochter trots terwijl ze wijst op een vogelgids op tafel.


Als de bewoners afwezig zijn bewaakt het vee de caravan

Op de weg terug naar de auto doet beheerder Peter Swaep de deur van zijn kantine open. Bouw heeft de kantine verpacht omdat hij dat er niet bij kon doen. Bij Swaep kunnen de campinggasten iedere avond terecht voor warm eten, snacks, drankjes en gezelligheid. In de weekenden worden extra activiteiten georganiseerd. Op zaterdagavond is er bingo en zondagavond is de klaverjasavond. Hij raadt me dringend aan om eens te komen kijken, want ‘het is dan echt heel gezellig druk’. Met de belofte dat ik in het weekend kom kijken, verlaat ik de kantine op weg naar mijn auto. Terug naar het andere Epe zonder kabouters en andere plastic gezelligheid.

Volgende week: de vakantievierders in tenten en tourcaravans.

Lees ook het vervolg
Lees ook de bingo-avond

© Harold Makaske 21 juli 20053620 - Hoofdstuk: 3. Reportages