Destructie van dieren

over een kerntaak van de overheid...

Vandaag reden we naar Den Haag en op de radio hoorden we een interessante reportage over de destructie van dode dieren.

Het afvoeren, verwerken en/of vernietigen van dode dieren is een kerntaak van de overheid. Simpelweg omdat het belang van de volksgezondheid ermee is gemoeid. In Nederland is het zo geregeld dat ťťn private partij (Rendac) de destructie verzorgt. Die partij krijgt globaal uit die bronnen haar financiering:

1. bedrijven (boeren, slachthuizen etc.) en particulieren die dode dieren of slachtafval hebben, moeten voor het ophalen betalen
2. bepaald restmateriaal heeft na verwerking nog een marktwaarde
3. subsidie door de overheid.

De reportage ging erover dat volgens het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vorig jaar of in 2003 19 miljoen Euro aan subsidie is uitbetaald aan Rendac. Omdat er al een tijd een discussie over de ondoorzichtigheid van dit bedrijf wordt gevoerd, beriepen de makers van de documentaire zich op de Wet Openbaarheid van Bestuur om alle nota's van het bedrijf in te zien. Daaruit bleek dat het betaalde bedrag in het genoemde jaar veel hoger lag.

Er kwamen allerlei merkwaardige details aan het licht:
- onderzoekers die in opdracht van LNV geen inzage hadden gekregen in de boeken van Rendac
- bedrijven die ook op die markt wilde toetreden, maar door Rendac werden geweerd
- AgrariŽrs die geen enkel inzicht in de grondslag voor de door hun berekende bedragen kunnen krijgen

etc. etc.

Daar wil ik het niet over hebben. Dat dit bedrijf stinkt, is wel duidelijk geworden uit de documentaire.

Waarom mij deze reportage boeide was, omdat dit weer een voorbeeld is van verkeerde privatisering. Ik heb niets tegen privatisering, maar privatiseer dan ook volledig. Hier gebeurt iets met een dubbele agenda. Enerzijds wordt een privaat bedrijf als monopolist in de markt gezet. Anderzijds blijkt het bedrijf vervolgens volkomen oncontroleerbaar.

Eťn van de onderzoekers merkte op dat er volstrekte onduidelijkheid bestaat over de geldstromen richting het bedrijf. Het kan wel een 'goud omrande bedrijfsvoering zijn... dat weten we niet', merkte hij op. Het bedrijf krijgt echter wel subsidies op basis van rekeningen die blijkbaar niet gecontroleerd (kunnen) worden.

Ik begrijp hier dus niets van. Ofwel je privatiseert en dan stel je harde regels over de wijze van verwerken en de betaalt de markt de kosten. Ofwel je zegt dat het een overheidstaak is en haalt het bedrijf binnen de overheid en hebt dan ook volledige controle en zeggenschap. Ik pleit in belangrijke zaken waar de volksgezondheid in het geding is voor de laatste variant, met name omdat - volgens Rendac - niet alle streken van Nederland, bijvoorbeeld de Waddeneilanden, niet kostendekkend bestreken kunnen worden.

Er leeft echter een raar idee in politiek Den Haag dat een overheidsbedrijf niet efficiŽnt kan werken. Dat is een hardnekkig vooroordeel. Een overheidsbedrijf kan wel degelijk efficiŽnt werken, maar dan moet het wel goed worden aangestuurd. Zeker in een vrij doorzichtige branche waar je dode dieren ophaalt, verwerkt en/of vernietigt, moet dat niet zo'n probleem zijn. Sterker nog... het lijkt mij heel simpel. Je weet globaal wat je kosten zijn. Je kunt politiek afstemmen dat een bepaald percentage daarvan voor de rekening van de overheid komt en rekent vervolgens de rest door aan de bedrijven en particulieren die dode dieren en ander afval aanleveren. Daar hoef je geen bedrijfskunde voor te hebben gestudeerd om dat te kunnen beredeneren en uit te rekenen... of wel???

© Harold Makaske 9 mei 2005 - Hoofdstuk: 5. Losse gedachten