Het halve verhaal van Rost van Tonningen

Interview in De Telegraaf in 1936...

Dat een redactie van een krant zich kan vergissen in de motieven van personen heeft de lezer van de Telegraaf in augustus 1936 gemerkt. Hoewel deze krant ook toen al het imago van een sensatieblad had, stond ze tevens bekend om de goede kwaliteit van de politieke en economische berichtgeving. In augustus 1936 besteedde de Telegraaf uitgebreid aandacht aan Mr. M. Rost van Tonningen. Reden voor de publiciteit was zijn terugkeer uit Oostenrijk, waar hij voor de Volkenbond werkzaam was. Dat hij zich al spoedig zou ontpoppen tot een fanatieke volksnationale N.S.B.-er, bevroedde de redactie niet. De verborgen agenda van Rost van Tonningen bracht de redactie echter in grote verlegenheid. Hieronder volgt een overzicht van de verslaglegging uit die periode.

ACHTERGROND
In 1931 werd Rost van Tonningen als vertegenwoordiger van de financiŽle commissie van de Volkenbond in Oostenrijk aangesteld. Het doel van zijn werkzaamheden was het reorganiseren van de Oostenrijkse staatsfinanciŽn. Begin augustus zag hij zijn taak volbracht, omdat "het Oostenrijkse bankwezen gereorganiseerd, het betaalmiddel stabiel en de begrooting, met inbegrip van alle uitgaven, nagenoeg in evenwicht zijn". Daarnaast speelde mee, dat Oostenrijk in juli van dat jaar een 'vredesakkoord' met Duitsland had gesloten. Hiermee was de basis gelegd voor een verruiming van de handelsbetrekkingen en een verbetering van de economische situatie. Rost van Tonningen schreef zijn ontslagbrief en hoewel het ontslag pas in oktober inging keerde hij in augustus terug naar Nederland.

HET NIEUWS
De telegraaf van 5 augustus 1936 bracht in twee artikelen het nieuws van de 'terugkeer' van de Volkenbondvertegenwoordiger. In een kort artikeltje werd het feitelijke nieuws gebracht, terwijl enkele pagina's verder een "relaas van een onderhoud met de heer Rost van Tonningen" stond afgedrukt. Dit interview is in die zin opmerkelijk omdat in de nummers van Telegraaf uit de jaren dertig nagenoeg geen vraaggesprekken over politieke en economische onderwerpen voorkwamen. Onder de kop "Mr. M. Rost van Tonningen acht zijn taak in Oostenrijk ten einde" stond in vette letters "Zijn plicht roept hem naar het vaderland". Nadat uitvoerig was gesproken over de situatie in Oostenrijk, kwam de politieke en economische situatie van Nederland aan de orde. In zijn ontslagbrief aan de Volkenbond had Rost van Tonningen namelijk geschreven. "Anderzijds blijkt de toestand van mijn Vaderland zoo moeilijk te zijn, dat ik als goed vaderlander meen te moeten werken voor mijn land, ten einde Nederland te helpen oprichten tegen de vernietigende macht die het van binnen uit en van buiten af bedreigt". Deze zinsnede was voor de 'speciale verslaggever' reden om een toelichting te vragen. Op de gestelde vragen kwam Rost van Tonningen met een mistig betoog: "Welnu, ik meen, dat het de plicht is van iedere Nederlander zich in te spannen, de mogelijkheid te vinden tot de concentratie van alle opbouwende krachten die op snelle wijze de huidige problemen kan oplossen. (...) Het is beter dure produkten in eigen land te produceeren, dan goedkoop in het buitenland te koopen en dus indirect vreemden arbeid te subsidieeren". En tot slot: "Noodig is een snelle arbeid, die helaas bij de tegenwoordige constellatie van de regeering niet geleverd kan worden". De redacteur nam met deze antwoorden genoegen en verzuimde te vragen wat de concrete bedoeling van ex-Volkenbondvertegenwoordiger waren en welke (politieke) stappen hij zou gaan ondernemen. Twee dagen later was de komst van Rost van Tonningen nog steeds nieuws voor de redactie van de Telegraaf. Het blad van 7 augustus bevatte een artikel onder de kop "Mr. Rost van Tonningen's heengaan te Weenen betreurd". In dit artikel werden nogmaals zijn kwaliteiten breed uitgemeten.

VOLK EN VADERLAND
Toen de volgende week het N.S.B.-blad Volk en Vaderland op het bureau verscheen moet de desillusie voor de readactie groot geweest zijn. In dat weekblad werd uitgebreid melding gemaakt van de toetreding van Rost van Tonningen tot de beweging van Anton Mussert. Al snel werd duidelijk dat de uitspraken in het Telegraaf-interview in een heel ander licht bezien moesten worden. Wanneer de opmerking over de "plicht van iedere Nederlander" gelezen wordt in relatie tot het leidend beginsel van de N.S.B., krijgt deze opmerking een geheel andere lading. Hierin werd het belang van de staat boven het individuele belang gesteld. Met zijn opmerking over de "concentratie van opbouwende krachten" doelde hij evident op een sterke nationaal-socialistische partij. De uitspraak over het "indirect subsidieeren van vreemden arbeid" had uit de mond van een N.S.B.-er zelfs in 1936 al een verdachte betekenis, omdat de N.S.B. in die periode steeds openlijker anti-Semitisch werd. Tot slot was zijn mening over de "constellatie van de regeering" tegen de achtergrond van 'de strijd tegen de democratie' door de N.S.B. meer dan een opmerking over het feitelijk functioneren van het derde kabinet Colijn.

ZUUR
De redactie van de Telegraaf moet geweten hebben, dat ze slechts het halve verhaal van Rost van Tonningen te horen had gekregen. Waarschijnlijk om zichzelf te verontschuldigen werd besloten de briefwisseling tussen Rost van Tonningen en Mussert integraal uit Volk en Vaderland over te nemen in de krant van 14 augustus. Hoewel de inleiding van de Telegraaf redactie zeer feitelijk was, was de toonzetting zuur. Onder de kop "De heer Rost van Tonningen treedt toe tot de N.S.B." stond "Thans komt het nationaal-socialistische orgaan 'Volk en Vaderland' met de mededeeling, dat genoemde heer tot de N.S.B. is toegetreden". Hierna volgde de tekst van de brief van Rost van Tonningen en het antwoord van Mussert. Dit was een verstandige zet van de redactie omdat in deze brief van Rost van Tonningen heel duidelijk zijn motieven naar voren kwamen. Hierdoor kwam het interview in een ander perspectief te staan en konden de lezers begrijpen dat de redacteur de intenties van Rost van Tonningen verkeerd had ingeschat. Ook werd duidelijk dat de redactie op 5 augustus nog geen kennis van deze gang van zaken kon hebben, want de brief aan Mussert was twee dagen later gedateerd. Onduidelijk bleef echter wel, waarom de redacteur niet doorgevraagd had in het interview. Met dit laatste artikel was voor de redactie de kous af. De lofzang over Rost van Tonningen stokte, sterker nog, over hem werd de eerste tijd niets meer geschreven.

© Harold Makaske 29 augustus 2005 - Hoofdstuk: 9. Geschiedenis