Oorlogswinter

Over mooie televisie en een krakkemikkig geheugen...

Dit weekend ben ik terug in de tijd gegaan met de dvd van de televisieserie Oorlogswinter. Dertien afleveringen smullen. Wat vooral geweldig is, is de heerlijke techniek uit het midden van de jaren zeventig.

Neem die telkens terugkerende close up van een geallieerde vlieger in zijn cockpit zogenaamd hoog boven Nederland.


De vlieger beweegt om een dynamisch beeld te krijgen, maar het vliegtuig ‘vliegt’ doodstil in beeld en nog mooier: in het shot van zo’n vijf seconden staan ook de wolken doodstil aan de hemel. Ofwel het weer was mooi constant tijdens de bezetting ofwel de geallieerden vlogen blijkbaar in een studio. Op de dag dat het gonst van de complottheorieën over vliegtuigen, wil ik er één aan toevoegen: zijn er ooit geallieerde vliegers boven Nederland geweest?

Dat het aan het onderzoek voor de serie nogal schortte, blijkt uit onder andere deze beelden:


Volgens mij bestaat er geen gemeente Hattum, dat moet toch echt Hattem zijn. In de dertien afleveringen is dat blijkbaar niemand opgevallen of de producent vond het niet de moeite waard om te corrigeren.

De serie zit ook vol met historische fouten. Eén daarvan laat zich mooi in beeld brengen.


De scène bestaat eruit dat de Ortskommandant op bezoek is bij de burgemeester met het verzoek om meer jonge mannen te leveren voor de arbeidsinzet. Als de burgemeester vertelt dat hij de mensen niet kan missen, vraagt de officier hem om deze poster op te hangen.

Dat is echter helemaal geen poster om mannen te werven voor de arbeidsinzet. Dat is een poster van de Nederlandsche Arbeidsdienst. Dat was weliswaar een foute organisatie, maar een Duitse officier zou nooit gaan 'colporteren' met posters van zo'n Nederlandse organisatie. Ik durf sterk te betwijfelen of Duitse militairen ooit met posters de boer op zijn gegaan om die te slijten bij gemeentehuizen. Zulke posters werden door de reclamebureaus of de organisaties zelf verspreid. Daar had de bezetter feitelijk helemaal geen bemoeienis mee, behalve dat ze moesten worden goedgekeurd voor een bepaalde uithangperiode.

Maar wat mij het meeste is opgevallen aan de serie is het twijfelachtige van mijn eigen geheugen. In de kring van historici en juristen woedt al jaren een discussie over de vraag of getuigenverklaringen en interviews met betrokken wel betrouwbaar zijn. Ik hoor tot de stroming die vindt dat jaren na een gebeurtenis het geheugen zeer onbetrouwbaar is.

In deze stelling werd ik bij het bekijken van Oorlogswinter sterk bevestigd. Als ik aan oorlogswinter denk, dan denk ik aan Tubular Bells van Mike Oldfield. In mijn herinnering is dat onlosmakelijk met Oorlogswinter verbonden. Ik zou zweren dat dit melodietje de tune van de serie was.

Niets blijkt echter minder waar. Tijdens de dertien afleveringen komt dit melodietje slechts drie of vier keer voor en dan bovendien ook nog in de helft van de gevallen fragmentarisch.

Je kunt als mens ook helemaal nergens meer op vertrouwen... zelfs niet op je eigen herinneringen.

© Harold Makaske 11 september 20062048 - Hoofdstuk: 5. Losse gedachten